Clichés – Onderweg naar Rusland

Wegdek Rusland(1)

Een van de Clichés van het motorrijden is: “Ben je aan je tweede jeugd begonnen“. Waar dan gelijk een aantal plaatjes van schaars geklede dames voor, op of naast een motor bij geplaatst moet worden. Niet dat ik iets tegen vrouwelijk schoon heb, maar daar ben ik niet naar op zoek als ik een motor wil zien. Liever heb ik dan een tekst met de specificaties van betreffende motor.

En wat te denken van alle vrouwelijke motorrijdsters? Moet voor deze gelukkig steeds groeiende groep er dan ook niet een aantal met olijfolie ingesmeerde sixpack types rond de motor paraderen? Voordat iemand op dit idee zou komen, laten we al dat wellustige kijkende vlees maar helemaal weg. Volgens de Dikke van Dalen is een cliché een beeldspraak of gezegde dat al zo vaak is gebruikt, dat het zijn kracht heeft verloren. Gelukkig dan maar weer. Nog een paar clichés die wij als motorrijders wel kennen: “Oostblokkers zijn crimineel, Oostblokkers zijn vriendelijk” en zo zijn er nog wel een paar te verzinnen. Na mijn reis door Rusland, samen met mijn zoon kan ik zeggen, alle clichés zijn waar. Eén tip vooraf, als je door dit soort landen reist, geef je over aan alle indrukken en ervaar ze als een gedeelte van de lol van je reis. Zeker alle tegenslagen zijn naderhand de mooiste verhalen op een feestje.

Kevin en Willem op weg naar Rusland.

Kevin en Willem op weg naar Rusland.

Zo had ik op internet gezien dat de wachttijden bij de Russische grens wel 24 uur konden zijn of meer. Na goed zoeken vond ik een heel kleine grenspost waar wij als buitenlanders wel mochten passeren en waar de wachttijden hoogstens 3 uur zouden zijn. Deze grenspost was maar 60km omrijden, dus de extra kilometers meer dan waard. Zonder reclame te willen maken, via www.russiatravel.nl hebben wij al onze papieren laten regelen en alle hulp gekregen bij het invullen van de papieren. Maar toch stonden wij met lood in onze motorlaarzen bij de grens wat ons allemaal zou overkomen.

grensruslandfinland

De grens Finland-Rusland.

Het begon al goed. Nauwelijks waren we aangekomen en hadden ons ingeschreven op de wachtlijst of onze kentekens verschenen op een groot scherm. Ik was even naar het toilet gegaan om onze watervoorraad aan te vullen. Een barse stem las onze kentekens nog  een keer op. Kennelijk ging het niet snel genoeg. Wij reden naar het eerste volledig geblindeerde hokje waar we moesten wachten voor een slagboom. Er gebeurde niets. Na ongeveer 5 minuten ging de slagboom open en zijn we maar verder gereden naar de volgende slagboom. Hier kwam wel een jongeman in strak uniform met bekende veel te grote platte pet naar buiten. De pet vroeg met vriendelijke stem, in het Engels om onze papieren en begon deze controleren. De pet liep met ons mee en het ritueel herhaalde zich bij nog twee slagbomen, zonder dat ons duidelijk werd wat er gecontroleerd werd, of wat het verschil was tussen de controles. Hierna kwamen wij bij een slagboom met een grote overkapping. De pet kreeg hier gezelschap van een jonge geblondeerde vrouw, ik schat ze beide niet ouder dan 18 jaar. Samen begonnen pet en blondy ons te helpen alle formulieren in te vullen en onze bagage te controleren, ondertussen honderduit vragend over waar wij vandaan kwamen, wat het doel van de reis was en hoe het leven in Nederland was. Kennelijk kwamen er niet veel buitenlanders over deze grenspost. Nog even werd er een superieur bij gehaald om door onze bagage te snuffelen en vooral te controleren of alle apparatuur op de lijsten stonden. Wij hadden van Russiatravel al gehoord dat dit moest, dus hadden we een lijst gemaakt van alle apparatuur met de serienummers, zodat we deze snel over konden nemen. Ik had wat “Kralen en spiegeltjes” mee genomen en wilde wat aan de jongelui geven, maar ze wilde helemaal niets hebben, zelfs een sticker namen ze niet aan.

Toen we dachten dat we klaar waren, na zo’n 4 uur aan allerlei controles te zijn onderworpen en weg mochten rijden werden we teruggeroepen. O shit, wat zou er verkeerd zijn gegaan, het ging ook zo makkelijk. Pet en blondy kwamen naar ons toegelopen en vroegen met een grote smile op het gezicht, of wij bij het wegrijden extra veel gas wilde geven, want ze vonden het geluid van onze motoren zo mooi. Met een ferme brul en een jank lieten wij de grenspost in een stofwolk achter ons.

Stofwolk? Ja stofwolk. Nog geen 300 meter na de grens hield de weg op en stonden we voor een onverharde T-splitsing. Volgens de routeplanner moesten we rechtdoor, maar er was geen rechtdoor. Ook de kaart gaf geen uitkomst. Volgens het kompas op mijn horloge was links af het meest logische en op goed geluk gingen we die kant op. De weg was zo erbarmelijk slecht, dat de uitlaten van mijn zoon op zijn supersport regelmatig over de grond krasten. Met een gangetje van zo’n 30km/h hotste botste we zo verder. De gaten zaten zo kort op elkaar dat het onmogelijk was er om heen te rijden en we er dus voor kozen om maar gewoon rechtdoor te rijden.

Neem de route met het slechtste wegdek, hier rijden de meeste voertuigen, dus dit is de doorgaande route.

Het wegdek in Rusland

Ik voorop met mijn enduro, zodat mijn zoon kon zien hoe diep de gaten waren die met water gevuld waren. Plotseling, na zo’n 100km stonden we weer voor een T-spitsing. Linksaf gingen de gaten verder en Rechtsaf lag strak asfalt. De keuze was dus snel gemaakt, maar wel verkeerd bleek korte tijd later. Ook de routemiep wist nog steeds niet waar we waren, dus besloten we het dan maar te vragen. We hielden de eerst de beste auto aan die in de zelfde richting reed. De vrouw begreep na wat hand en voetgebaren wat wij wilden en wij wezen een grote plaats aan op de kaart en de richting waar wij heen wilde. Zij gebaarde dat wij haar moesten volgen. Ze keerde de auto en reed terug in de richting vanwaar wij kwamen. Zou ze ons mee nemen naar een rovershol en van avond na beroofd te zijn van al onze bezittingen ergens verdwijnen in een kookpot? Maar nee, na zo 40km voor ons doen met een noodvaart over het kraterlandschap te zijn gereden stopte ze bij een grotere geasfalteerde weg en gebaard ons in welke richting wij moesten rijden. Zouden wij hier in Nederland het zelfde gedaan hebben met een Russische toerist?

Nog steeds reden we niet op de route, maar ik zag in ieder geval weer een paars lijntje in mijn routemiep waar wij evenwijdig aan reden. Dit beeld zouden we nog vele malen te zien krijgen in Rusland. Tip: Neem de route met het slechtste wegdek, hier rijden de meeste voertuigen, dus dit is de doorgaande route. Onderweg stuiten we nog twee keer op een roadblock, waar slagboom en een soort militair met Kalasjnikov de weg verspert. Links op zijn lip hangt een sjekkie en zo te zien hangt dat daar altijd gezien het bruine spoor nicotine wat van af zijn lip langs zijn neus en door zijn haar een weg naar boven heeft gevonden. Geruime tijd snuffelt hij door onze papieren en nadat er wat Roebels van eigenaar wisselen zien wij een brede glimlach van rotte tanden verschijnen, gaat de slagboom omhoog en kunnen wij onze weg vervolgen.

Na een lange dag door elkaar gehusseld te zijn zetten we ons tentje op ergens in het bos en hadden een heerlijk rustige nacht ver weg van alle beschaving en konden de volgende dag fris weer verder. Naar later bleek misschien geen verkeerde keuze om in het wild te bivakkeren. We kwamen een vijftal Duitse motorrijders tegen die op de terugweg waren, nadat ze in een hotel met bewaakte motorstalling, ’s nachts bestolen waren van alles wat ze op en aan de motoren hadden achter gelaten. Toen ze ook nog twee velgen hadden stuk gereden op het Russische wegennet was de lol er af en gingen terug. Na een aantal dagen heerlijk te hebben rondgetoerd hotse botst, kwamen we weer bij een grenspost, nu om het land te verlaten. Wat een deceptie. Ook hier weer iedereen strak in het uniform, maar verder in niets te vergelijken met de leuke ervaring bij de eerste keer. Niemand spreekt er Engels of Duits en de norse gezichten wijzen ons van het kastje naar de muur. Bij een loket met een lange wachtrij worden we afgeblaft door een oude snor met een rok aan, grote plukken haar op haar benen vormen een soort fantasie panty. Nadat ze het zelfde nog een paar keer blaft, leg ik alle papieren in een waaier voor haar neer en gebaar dat ze maar moet pakken wat ze nodig heeft. De panty schuift alle papieren aan de kant en begint de man achter ons te helpen. Ik probeer in de wachtrij iemand te vinden die Duits of Engels spreekt en duidelijk kan maken wat er van ons verlangd word. Niemand kan ons helpen. Plotseling verdwijnt de panty achter het loket vandaan. Een jonge vrouw die in een hoekje van het zelfde kantoor aan het werk was komt een deur uitgelopen Het lijkt wel of ze zich schaamt voor haar oudere collega en neemt ons mee naar een ander kantoor. Vraagt in gebrekkig, maar goed verstaanbaar Engels om onze paspoorten. Ze kijkt naar onze namen en haalt uit een grote stapel papieren en overhandigd de papieren met onze namen er op. Dan neemt ze ons bij de arm het kantoor uit, naar onze motoren en zegt haar te volgen. Buiten alle andere wachtende om worden we naar de laatste slagboom geleid en we kunnen vertrekken. Door haar hulp zijn we deze grens nog sneller gepasseerd dan de eerste en kunnen we onze reis vervolgen.

Ik ben benieuwd hoe zij de snor gaat uitleggen waar wij gebleven zijn.

Kijk ook eens naar

Geef een reactie