Ik was eens ..

cd2422d846bda991aff760d5db2009e3

Een koekblik op vier wielen. Verder kan ik hier eigenlijk vrij kort over zijn. Ik was zo’n doorsnee koekblik en stond voor zo’n typische tien onder één kap woning en vervoerde in mijn weinig inspiratievolle leven pa ma twee kinderen en een labrador. Door de week reed ik met pa naar het werk, op zondag met het gezin naar opa en oma en eens per jaar voor drie weken naar een vakantiepark. Ik had geen slecht leven hoor, op tijd verse olie, bougietjes en bandjes, maar toch. U zult begrijpen dat ik er dan ook niet rouwig om was toen ik afgedankt werd en afgevoerd naar de hoogovens. Alles beter dan dit saaie bestaan. En in de hoogovens is iedereen gelijk, dus ik belande samen met een Porsche, Mercedes en nog want die koekblikken in een grote smeltkroes. Misschien werd ik wel een winkelwagentje en word ik elke dag door een paar nieuwe handen door de winkel geduwd, een fototoestel en mag ik de mooiste beelden vast leggen, of…. De mogelijkheden waren eindeloos begreep ik.

Toen ik uit de smeltkroes kwam lopen begreep ik er in het begin niet veel van. Tandwielen, lagers en zuigers kwamen mijn bekend voor en ik dacht al: “Niet weer hé”. Het vreemde was, maar twee wielen, een voorvork, een achterbrug. Langzaam begon mij iets te dagen. Zo vaak al had ik jaloers gekeken naar die machines die als ik weer een ’s morgens mijn baas naar het werk bracht en in een lange rij stond te wachten. Soepel gleden deze machines tussen de rijen koekblikken door. En dan dat geluid. Ik mocht altijd alleen maar een zacht gepruttel laten horen, terwijl zij met een fikse roffel, brul of jank lieten horen wat ze in huis hadden. Mijn baasje roffelde altijd verveeld met zijn vingers op mijn stuur. Hun baasjes hadden altijd een glimlach op hun gezicht. En dan die bochten, waar ik altijd begon over te hellen en bang was één van mijn achterwielen op te tillen gingen zij lekker schuin door de bochten en zag je dat ze er van genoten.

En nu, nu ben ik zelf zo’n machine. Ik wist nog niet precies wat voor een, maar daar kwam ik snel achter. Een groot wiel voor, een klein wiel achter, grof profiel banden, hoog op mijn poten en een dik blok. Een enduro dus. Mijn baas is zo’n motormalloot van het ergste soort.  Op al zijn kleding en helm prijkt mijn naam, ja zelfs op zijn onderbroek. Maar ja, ik laat hem maar, want ik word ook vreselijk vertroeteld. De beste banden liggen om mijn velgen, de duurste olie in mijn buik en altijd is er nog wel een bling dingeteje wat ergens op of aan geschroefd kan worden.

O ja schroeven. In het begin was ik daar nog wel een beetje bang voor. Ik kende mijn baasje toen nog niet zo goed en hij haalde mij helemaal uit elkaar. Wat was ik bang dat hij mij niet meer in elkaar kon zetten en zou komen te verstoffen in de dozen waar in hij mij had opgeborgen. Maar eerlijk is eerlijk, ik rijd als nooit te voren, zeker nu aan mijn achterste nog een nieuwe uitlaat is geschroefd.

Ik noem hem wel mijn baasje, maar eigenlijk zijn wij dikke maatjes en dat laat hij merken ook. Zo af en toepraat hij tegen mij en krijg ik een klopje op mijn zadel. Wat heb ik veel van het leven gemist toen ik nog een koekblik was. Als al die koekblikken ’s morgens weer met nog de slaap in hun koplampen in de file staan, rij ik al monter overal tussen door en laat dat aan mijn baasje merken met een vette klap uit mijn uitlaat. Geërgerde gezichten in de koekblikken en een big smile op het gezicht van mijn baasje.

En dan het mooiste wat ik met mijn baasje kan beleven. Een tocht maken! Gewoon om niks nergens heen rijden. Hij doet dat omdat hij mij zo leuk vind, lekker bochtjes pakken noemt hij dat. Als ik dan weer een lekkere slok benzine op heb en dat in licht benevelde toestand vertel aan een van die koekblikken, dan zie ik al aan die gefronste koplampen dat ze er niets van snappen. Lekker aan het gas hangen ,bochtjes pakken, vrijheid, van het ene oor op et andere oor leggen! Het zegt ze allemaal niets. Dus je vertrekt ergens, je rijd een rondje en kom dan weer op de zelfde plaats aan waar je vertrokken ben?

Zucht. Ja. Ik stop met uitleggen waarom dit zo leuk is.

Stomme poedel!

o-DOG-ON-MOTORCYCLE-facebook

Ik had laatst Erik beloofd dat ik af en toe een stukje zou schrijven voor ‘Op motorreis’. En belofte maakt schuld. Dus toen ik gisterenavond op de motor naar huis reed zat ik na te denken over wat ik te bieden had. Ik hou van kamperen, ik hou van motorrijden, ik hou zelfs van de combinatie en ben jaren redacteur geweest. Kortom: ik pas wel een beetje in het profiel. Alleen: wie wil nou weten wat ik heb te melden? Niemand toch? Maar goed, als iedereen dat denkt, dan wordt er nooit iets geschreven en dat kan toch ook niet de bedoeling zijn. Dus here we go!

Ik rij motor sinds mijn 18e. Brommer vanaf mijn tiende. Ik kampeer zolang ik me kan herinneren. Ik heb op dit moment een BMW K1100LT en een in sort of nieuwstaat verkerende Honda CB750K2, en daarnaast een CB350 en CB400 klaar staan voor mijn kinderen. Ik heb recentelijk met bloedend hart mijn andere Honda’s verkocht: de 550’s en de 350’s. Het voelt een beetje naakt, slechts twee motoren. Aan de andere kant: het ruimt wel lekker op! De eerste Honda CB wilde ik kopen toen ik 18 was, maar toen had ik geen CB geld. Dus ik ben begonnen met een XL250, het blauwe L-plaatje erop (met één boutje zodat je hem bij de gemeentegrens desgewenst achter de nummerplaat kon verbergen) en rijden maar.

Dat gevoel, die vrijheid, dat stille juichen van binnen wanneer je de gashendel open draait, dat heb ik nog steeds. De combinatie van deze plek op internet, zo dacht ik gisteren op de A28, is eigenlijk een hele logische. Want is motorrijden niet voor vervoer wat kamperen is voor vakantie? Het is basic, verstoken van franje, het is een beetje wild, een beetje spannend, ja haast een beetje gevaarlijk soms. Het is in ieder geval heerlijk! Je hoort automatisch bij een club mensen die anders dan anderen zijn. En dat willen we eigenlijk allemaal. Alleen wij, motorrijders die ook nog van kamperen houden, zijn daar dan wel weer een beetje het summum in. Toch?

Ik ben, zo vind ik zelf, best een veilige rijder. Ik heb meer ongelukken tijdens het kamperen gehad dan tijdens het motorrijden. En bij ongelukken moet je dan denken aan dingen tussen je duim aan gort slaan met de hamer tot aan exploderende gasbusjes voor in het kookdingetje van campinggaz. Ik ben in de afgelopen 30 jaar één keer gevallen met de motor en één keer van de weg geraakt. O ja, en één keer in stilstand omgekiept. Ik realiseer met dat ik daarmee in de ogen van sommige geen ‘echte’ motorrijder ben. Maar ik ben er blij mee. Het wonderlijke, of misschien juist niet, is dat die ene keer vallen en twee keer op het laatste nippertje niet vallen zich allemaal in het afgelopen jaar hebben voorgedaan.

De eerste keer viel ik bijna met mijn Goldwing GL1100 toen op een natte weg mijn voorwiel bij remmen opeens blokkeerde. Na loslaten en wat drieste kapriolen hield ik hem overeind. Een paar maanden later lukte dat in een zelfde situatie niet. Ik remde, het wiel blokkeerde en daar schoof ik met Goldwing en al een kruispunt op. Been vast onder de motor, ik kon geen kant op. Het liep prima af, de motor had bijna niets en ik had bijna niets. Behalve een gekreukt ego, wat blauwe plekken en een wat minder zeker gevoel. Meteen weer opgestapt en doorgereden. Uiteindelijk was dat toch het eind van de liefde tussen mijn Goldwing en mij. Dus ik ruilde hem in voor de BMW. Mede omdat die ABS heeft. Nou werkt die ABS (nog) niet, maar ik voel me er toch wat veiliger op.

Toen ik gisteren mijn woonplaats binnen reed, zat ik nog steeds na te denken wat ik nu zou schrijven. De weg was ook hier nat en aangezien het rode klinkers zijn, reed ik dus extra voorzichtig. Gelukkig maar, want toen ik een hoek omreed zag ik in het felle witte licht een soort klein schaap midden op straat. Ik rem en ja hoor, het voorwiel gleed weg. Hoe weet ik niet, maar ook hier bleef ik overeind. Het schaap bleek een poedel die als een witte tornado door de eigenaresse aan het riempje van de weg werd gerukt en ik kon er, weliswaar met bonkend hart en pijn in het lijf van de adrenaline, prima langs. Toen ik iets verderop weer rustig adem kon halen was ik blij. Ik heb in ieder geval de titel voor mijn stukje!

Verwacht het onverwachte

image1

Of het nu met de motor of met de auto is, wij staan nooit lang op één plaats en trekken het liefs rond. Dit verhaal heeft dan ook alles met reizen, maar niet meer met motorrijden te maken dan dat het een prachtige route is.

Zelden is ons reisdoel van te voren bepaald en laten we dit afhangen van het weer. Wat we wel proberen te voorkomen is om in toeristische omgevingen terecht te komen, of het moet van wege de culturele hoogte punten niet te vermijden zijn.

Het noorden en oosten was instabiel, dus werd het kompas richting zuid-oost gezet. Betaalpasje in de kontzak, sleurhut aan de haak, kind en hond op de achterbank, Thermoskan koffie naast de stoel, dus de reis kon beginnen en ik ga zitten op de bijrijdersstoel.

Ik heb namelijk het geluk een vrouw te hebben die iets meer georganiseerd is en al die andere honderden zaken heeft geregeld, zoals paspoorten, verzekeringen, beddengoed verbanddoos, gasfles en ga zo maar door. Ik vraag dan ook zelden: “Heb je daar om gedacht?”, maar, zoals de meeste mannen: “Waar ligt…..”. Ze vind het ook heerlijk om met de caravan te rijden en we wisselen dan ook geregeld van plaats. Behalve op de camping. Dat is haar lol om de caravan de nauwe paadjes door te manoeuvreren en achteruit op zijn plek te zetten om al die macho mannen even een poepie te laten ruiken.

We zijn al meerder tolpoorten gepasseerd als de volgende zich aandient, niet zo vreemd in Oostenrijk. Dit is een voor ons hele vreemde, er is namelijk geen poort voor vrachtwagens of auto’s met aanhanger. Buiten onze motoren hebben we nog een hobby en dat is onze off road caravan met als trekdier een Hummer H1 die met een gezegend gewicht van 3680 kilo onder de vrachtwagens valt. De wachtrij voor vrachtwagens is altijd veel korter, dus daar maken we altijd driftig gebruik van. Maar hier is dat dus geen optie. Direct na het tolpoortje begint de weg hevig te slingeren en stijgen en zien we bordjes staan met CURVE EINS, CURVE ZWEI en dat gaat zo door totdat we in de dichte mist geen hand meer voor ogen zien. Veel snelheid kunnen we gelukkig niet maken dus het blijft veilig in deze soep. Grommend sleurt de V8 diesel ons de berg op. Ondanks al zijn kracht, komt de motor adem te kort, wat te zien is aan de zwarte wolken die hij uitbraakt. We proberen de motor op 1800 toeren te houden, waar het maximum koppel zit en niet te schakelen. Ondertussen passeren we een tweetal campers en een motorfiets, die gezien de witte wolken die ontsnappen, staan te koken. Plotseling zijn we uit de mist en rijden we onder een strak blauwe hemel tussen de sneeuwwallen. We besluiten op een half verharde parkeerplaats te stoppen en wat foto’s van de omgeving te maken. Er wapperen een aantal vlaggen met de tekst: “Grossglockner”. Nu wordt ons het een en ander duidelijk. We zijn zonder het te beseffen de Howen Alpenstrasse opgereden, verboden voor vrachtwagens en caravans. Nog voorzichtiger dan omhoog rijden we naar beneden in een lage versnelling om te voorkomen dat het remsysteem oververhit, of nog erger door de rem heen trap. Nadat we nog maar net de Howen Alpenstrasse hebben verlaten voelt de Hummer wat zwabberig in de bochten en valt mijn ook op de luchtdrukmeter die de druk in het bandenpompsysteem aangeeft. Deze staat op 0,5 bar. Prima voor in de bagger, maar niet voor op de weg. Snel zet ik de compressor aan en stoppen we op de eerste gelegenheid. Bij het uitstappen hoor ik al een luid gesis. Door de hitte van het remsysteem is de luchtslang naar de achterwielen gesmolten. Met behulp van mijn reparatiekit weet ik het lek met een stuk slang en een paar slangenklemmen re repareren en kunnen we na vijf minuten weer verder. De compressor pruttelt onder het rijden nog zo’n tien minuten door en brengt de druk op de gewenste 3 bar.

TIP:

  • Howen Alpenstrasse, een must voor elke motorrijder
  • Weet waar het maximum koppel zit van jou motor en maak er gebruik van met zware belading en voorkom zo een kokende motor
  • Bij het afdalen, rem met de motor en voorkom zo verglazing van je remblokken of het ontstaan van dampbellen in je remsysteem door het koken van je remvloeistof, waardoor je helemaal geen remwerking meer hebt.
  • Vapour lock (motoren met carburator): dampbellen in benzine leidingen ontstaan door hitte en of hoogte, waardoor de motor vooral na een stop niet meer wil starten. Oplossing, motor af laten koelen en of dalen.
  • E 10. Controleer of het brandstofsysteem van je motor bestand is tegen E10 benzine (vvoral Duitsland en Frankrijk).

Column: Verjaardag

spiegel

Je kent dat wel zo’n typische verjaardag. Kopje koffie, gebakje handjes schudden, het niet te vermijden “Er is er een jaaaaruuug…..”, Tante Toos die veel te vroeg aan de bowl is begonnen en al een beetje tipsy is wil je nog een keer zoenen omdat je laatst haar kat uit de boom hebt gehaald. De dikke moedervlek op haar wang waar een aantal zwarte snorharen uit groeien, waar haar kat jaloers op zou worden doet je naar de tuin vluchten. Op het gazon hebben zich een aantal groepjes gevormd die driftig staan te discussiëren. Je sluit je aan bij het groepje waar een aantal bekende motor gezichten tussen zitten. Nadat de economie, die vervelende collega en nog wat onzinnige onderwerpen de revue gepasseerd zijn komt het onderwerp op motoren.

Wordt het toch nog gezellig. Onder het groepje ook Anja en Henk. Zij zo’n dame met een prettige hoeveelheid haar op de tanden. Bang voor spinnen, maar de agressieve hond die haar belaagd vreet ze met huid en haar op, rijd met het winkelwagentje constant achter op je hakken, maar manoeuvreert moeiteloos achteruit met de caravan. Hij trekt ’s morgens heel vroeg de grijze haren uit zijn kruin en staat krampachtig zijn adem in te houden om zijn buik niet te ver over de rand van zijn broek te laten hangen. Zo ook hun motoren, zij een BMW F800 GS en hij natuurlijk de grotere R1200 GS. Op het moment dat hij verteld hoe snel je wel niet een rotonde kan nemen met zo’n 1200 ten opzichte van haar 800, zie ik een gemeen glimlachje om haar mond verschijnen. Ze laat hem nog even door pochen en op het juiste moment zegt zij “Ik heb ook nog een mooi verhaal over zijn snelheid”. Half onder de sta tafel door zie ik hem nog een paar krampachtige uithalen naar haar schenen maken, om het noodlot af te wenden. Maar zij ruikt de overwinning. En begint haar verhaal: “Ik probeer onze jongste zo goed mogelijk op te voeden en te voorkomen dat het zo’n kind wordt die aan zijn mobieltje of ander beeldscherm zit vastgegroeid en hij moet natuurlijk zo vroeg mogelijk met het motorvirus te besmetten.

Ik neem hem dus graag op zijn vrije woensdagmiddag mee achter op de motor, onderweg pakken we dan samen ergens een terrasje, echt leuk. Nu kwam ik van de week door het bos naar het dorp rijden toen ik plotseling ingehaald werd door een motoragent. Het bordje “Politie volgen” knipperde zijn dodendans en de schrik sloeg mij om het hart. Toen de agent naar mij toe kwam gelopen knikte mijn knieën zo erg, dat ik dacht dat we om zouden vallen. De helm klapte open en ik hoorde hem zeggen: “Goede middag mevrouw weet u hoe hard u reed?”. Ik wist het niet, ik was heerlijk aan het toeren en had niet opgelet. “83 kilometer per uur mevrouw en u bent het bord Bebouwde kom al gepasseerd. Ik ga u geen bekeuring geven, want ik begrijp het wel dat hier in het bos er eigenlijk geen gevaarzetting is. Maar ik wil u wel waarschuwen, want als hier een collega staat met een lasergun u minstens 300 Euro lichter bent. ‘s Avonds vertel ik met nog steeds een beetje slappe knieën het verhaal aan Henk en ik hoor hem nog proestend van het lachen zeggen: “Hoe kan dat nou, kijk je niet in je spiegels of zo”.

De zaterdag er op gaat hij met zijn motormaatjes even snel nog een rondje maken. Na een half uurtje krijg ik Henk aan de lijn met de vraag of ik hem kan komen ophalen, want zijn rijbewijs is ingevorderd. Eerst wilde ik hem met de auto ophalen, maar ik bedacht mij snel, ik wilde zijn gezicht zien als ik op mijn F 800 GS hem ging ophalen. Snel belde ik mijn vriendin of zij zin had om een stukje te toeren, maar dan niet op haar eigen Triumph, maar bij mij achterop. Nadat ik had uitgelegd wat er gebeurd was stond zij met een glimlach van oor tot oor binnen tien minuten bij ons voor de deur. De agenten zullen nooit begrijpen waarom wij dubbel van het lachen lagen toen ik tegen Henk zei: “Hoe kan dat nou, Heeeeenk, kijk je niet in je spiegels of zo”.

Moraal van dit verhaal: Maak plezier, houd je binnen het redelijke aan de snelheid en als je een keer over de schreef gaat draag je verlies met opgeheven hoofd, jij was het tenslotte die aan het gas draaide.