Ik was eens ..

cd2422d846bda991aff760d5db2009e3

Een koekblik op vier wielen. Verder kan ik hier eigenlijk vrij kort over zijn. Ik was zo’n doorsnee koekblik en stond voor zo’n typische tien onder één kap woning en vervoerde in mijn weinig inspiratievolle leven pa ma twee kinderen en een labrador. Door de week reed ik met pa naar het werk, op zondag met het gezin naar opa en oma en eens per jaar voor drie weken naar een vakantiepark. Ik had geen slecht leven hoor, op tijd verse olie, bougietjes en bandjes, maar toch. U zult begrijpen dat ik er dan ook niet rouwig om was toen ik afgedankt werd en afgevoerd naar de hoogovens. Alles beter dan dit saaie bestaan. En in de hoogovens is iedereen gelijk, dus ik belande samen met een Porsche, Mercedes en nog want die koekblikken in een grote smeltkroes. Misschien werd ik wel een winkelwagentje en word ik elke dag door een paar nieuwe handen door de winkel geduwd, een fototoestel en mag ik de mooiste beelden vast leggen, of…. De mogelijkheden waren eindeloos begreep ik.

Toen ik uit de smeltkroes kwam lopen begreep ik er in het begin niet veel van. Tandwielen, lagers en zuigers kwamen mijn bekend voor en ik dacht al: “Niet weer hé”. Het vreemde was, maar twee wielen, een voorvork, een achterbrug. Langzaam begon mij iets te dagen. Zo vaak al had ik jaloers gekeken naar die machines die als ik weer een ’s morgens mijn baas naar het werk bracht en in een lange rij stond te wachten. Soepel gleden deze machines tussen de rijen koekblikken door. En dan dat geluid. Ik mocht altijd alleen maar een zacht gepruttel laten horen, terwijl zij met een fikse roffel, brul of jank lieten horen wat ze in huis hadden. Mijn baasje roffelde altijd verveeld met zijn vingers op mijn stuur. Hun baasjes hadden altijd een glimlach op hun gezicht. En dan die bochten, waar ik altijd begon over te hellen en bang was één van mijn achterwielen op te tillen gingen zij lekker schuin door de bochten en zag je dat ze er van genoten.

En nu, nu ben ik zelf zo’n machine. Ik wist nog niet precies wat voor een, maar daar kwam ik snel achter. Een groot wiel voor, een klein wiel achter, grof profiel banden, hoog op mijn poten en een dik blok. Een enduro dus. Mijn baas is zo’n motormalloot van het ergste soort.  Op al zijn kleding en helm prijkt mijn naam, ja zelfs op zijn onderbroek. Maar ja, ik laat hem maar, want ik word ook vreselijk vertroeteld. De beste banden liggen om mijn velgen, de duurste olie in mijn buik en altijd is er nog wel een bling dingeteje wat ergens op of aan geschroefd kan worden.

O ja schroeven. In het begin was ik daar nog wel een beetje bang voor. Ik kende mijn baasje toen nog niet zo goed en hij haalde mij helemaal uit elkaar. Wat was ik bang dat hij mij niet meer in elkaar kon zetten en zou komen te verstoffen in de dozen waar in hij mij had opgeborgen. Maar eerlijk is eerlijk, ik rijd als nooit te voren, zeker nu aan mijn achterste nog een nieuwe uitlaat is geschroefd.

Ik noem hem wel mijn baasje, maar eigenlijk zijn wij dikke maatjes en dat laat hij merken ook. Zo af en toepraat hij tegen mij en krijg ik een klopje op mijn zadel. Wat heb ik veel van het leven gemist toen ik nog een koekblik was. Als al die koekblikken ’s morgens weer met nog de slaap in hun koplampen in de file staan, rij ik al monter overal tussen door en laat dat aan mijn baasje merken met een vette klap uit mijn uitlaat. Geërgerde gezichten in de koekblikken en een big smile op het gezicht van mijn baasje.

En dan het mooiste wat ik met mijn baasje kan beleven. Een tocht maken! Gewoon om niks nergens heen rijden. Hij doet dat omdat hij mij zo leuk vind, lekker bochtjes pakken noemt hij dat. Als ik dan weer een lekkere slok benzine op heb en dat in licht benevelde toestand vertel aan een van die koekblikken, dan zie ik al aan die gefronste koplampen dat ze er niets van snappen. Lekker aan het gas hangen ,bochtjes pakken, vrijheid, van het ene oor op et andere oor leggen! Het zegt ze allemaal niets. Dus je vertrekt ergens, je rijd een rondje en kom dan weer op de zelfde plaats aan waar je vertrokken ben?

Zucht. Ja. Ik stop met uitleggen waarom dit zo leuk is.

Stomme poedel!

o-DOG-ON-MOTORCYCLE-facebook

Ik had laatst Erik beloofd dat ik af en toe een stukje zou schrijven voor ‘Op motorreis’. En belofte maakt schuld. Dus toen ik gisterenavond op de motor naar huis reed zat ik na te denken over wat ik te bieden had. Ik hou van kamperen, ik hou van motorrijden, ik hou zelfs van de combinatie en ben jaren redacteur geweest. Kortom: ik pas wel een beetje in het profiel. Alleen: wie wil nou weten wat ik heb te melden? Niemand toch? Maar goed, als iedereen dat denkt, dan wordt er nooit iets geschreven en dat kan toch ook niet de bedoeling zijn. Dus here we go!

Ik rij motor sinds mijn 18e. Brommer vanaf mijn tiende. Ik kampeer zolang ik me kan herinneren. Ik heb op dit moment een BMW K1100LT en een in sort of nieuwstaat verkerende Honda CB750K2, en daarnaast een CB350 en CB400 klaar staan voor mijn kinderen. Ik heb recentelijk met bloedend hart mijn andere Honda’s verkocht: de 550’s en de 350’s. Het voelt een beetje naakt, slechts twee motoren. Aan de andere kant: het ruimt wel lekker op! De eerste Honda CB wilde ik kopen toen ik 18 was, maar toen had ik geen CB geld. Dus ik ben begonnen met een XL250, het blauwe L-plaatje erop (met één boutje zodat je hem bij de gemeentegrens desgewenst achter de nummerplaat kon verbergen) en rijden maar.

Dat gevoel, die vrijheid, dat stille juichen van binnen wanneer je de gashendel open draait, dat heb ik nog steeds. De combinatie van deze plek op internet, zo dacht ik gisteren op de A28, is eigenlijk een hele logische. Want is motorrijden niet voor vervoer wat kamperen is voor vakantie? Het is basic, verstoken van franje, het is een beetje wild, een beetje spannend, ja haast een beetje gevaarlijk soms. Het is in ieder geval heerlijk! Je hoort automatisch bij een club mensen die anders dan anderen zijn. En dat willen we eigenlijk allemaal. Alleen wij, motorrijders die ook nog van kamperen houden, zijn daar dan wel weer een beetje het summum in. Toch?

Ik ben, zo vind ik zelf, best een veilige rijder. Ik heb meer ongelukken tijdens het kamperen gehad dan tijdens het motorrijden. En bij ongelukken moet je dan denken aan dingen tussen je duim aan gort slaan met de hamer tot aan exploderende gasbusjes voor in het kookdingetje van campinggaz. Ik ben in de afgelopen 30 jaar één keer gevallen met de motor en één keer van de weg geraakt. O ja, en één keer in stilstand omgekiept. Ik realiseer met dat ik daarmee in de ogen van sommige geen ‘echte’ motorrijder ben. Maar ik ben er blij mee. Het wonderlijke, of misschien juist niet, is dat die ene keer vallen en twee keer op het laatste nippertje niet vallen zich allemaal in het afgelopen jaar hebben voorgedaan.

De eerste keer viel ik bijna met mijn Goldwing GL1100 toen op een natte weg mijn voorwiel bij remmen opeens blokkeerde. Na loslaten en wat drieste kapriolen hield ik hem overeind. Een paar maanden later lukte dat in een zelfde situatie niet. Ik remde, het wiel blokkeerde en daar schoof ik met Goldwing en al een kruispunt op. Been vast onder de motor, ik kon geen kant op. Het liep prima af, de motor had bijna niets en ik had bijna niets. Behalve een gekreukt ego, wat blauwe plekken en een wat minder zeker gevoel. Meteen weer opgestapt en doorgereden. Uiteindelijk was dat toch het eind van de liefde tussen mijn Goldwing en mij. Dus ik ruilde hem in voor de BMW. Mede omdat die ABS heeft. Nou werkt die ABS (nog) niet, maar ik voel me er toch wat veiliger op.

Toen ik gisteren mijn woonplaats binnen reed, zat ik nog steeds na te denken wat ik nu zou schrijven. De weg was ook hier nat en aangezien het rode klinkers zijn, reed ik dus extra voorzichtig. Gelukkig maar, want toen ik een hoek omreed zag ik in het felle witte licht een soort klein schaap midden op straat. Ik rem en ja hoor, het voorwiel gleed weg. Hoe weet ik niet, maar ook hier bleef ik overeind. Het schaap bleek een poedel die als een witte tornado door de eigenaresse aan het riempje van de weg werd gerukt en ik kon er, weliswaar met bonkend hart en pijn in het lijf van de adrenaline, prima langs. Toen ik iets verderop weer rustig adem kon halen was ik blij. Ik heb in ieder geval de titel voor mijn stukje!

Verwacht het onverwachte

image1

Of het nu met de motor of met de auto is, wij staan nooit lang op één plaats en trekken het liefs rond. Dit verhaal heeft dan ook alles met reizen, maar niet meer met motorrijden te maken dan dat het een prachtige route is.

Zelden is ons reisdoel van te voren bepaald en laten we dit afhangen van het weer. Wat we wel proberen te voorkomen is om in toeristische omgevingen terecht te komen, of het moet van wege de culturele hoogte punten niet te vermijden zijn.

Het noorden en oosten was instabiel, dus werd het kompas richting zuid-oost gezet. Betaalpasje in de kontzak, sleurhut aan de haak, kind en hond op de achterbank, Thermoskan koffie naast de stoel, dus de reis kon beginnen en ik ga zitten op de bijrijdersstoel.

Ik heb namelijk het geluk een vrouw te hebben die iets meer georganiseerd is en al die andere honderden zaken heeft geregeld, zoals paspoorten, verzekeringen, beddengoed verbanddoos, gasfles en ga zo maar door. Ik vraag dan ook zelden: “Heb je daar om gedacht?”, maar, zoals de meeste mannen: “Waar ligt…..”. Ze vind het ook heerlijk om met de caravan te rijden en we wisselen dan ook geregeld van plaats. Behalve op de camping. Dat is haar lol om de caravan de nauwe paadjes door te manoeuvreren en achteruit op zijn plek te zetten om al die macho mannen even een poepie te laten ruiken.

We zijn al meerder tolpoorten gepasseerd als de volgende zich aandient, niet zo vreemd in Oostenrijk. Dit is een voor ons hele vreemde, er is namelijk geen poort voor vrachtwagens of auto’s met aanhanger. Buiten onze motoren hebben we nog een hobby en dat is onze off road caravan met als trekdier een Hummer H1 die met een gezegend gewicht van 3680 kilo onder de vrachtwagens valt. De wachtrij voor vrachtwagens is altijd veel korter, dus daar maken we altijd driftig gebruik van. Maar hier is dat dus geen optie. Direct na het tolpoortje begint de weg hevig te slingeren en stijgen en zien we bordjes staan met CURVE EINS, CURVE ZWEI en dat gaat zo door totdat we in de dichte mist geen hand meer voor ogen zien. Veel snelheid kunnen we gelukkig niet maken dus het blijft veilig in deze soep. Grommend sleurt de V8 diesel ons de berg op. Ondanks al zijn kracht, komt de motor adem te kort, wat te zien is aan de zwarte wolken die hij uitbraakt. We proberen de motor op 1800 toeren te houden, waar het maximum koppel zit en niet te schakelen. Ondertussen passeren we een tweetal campers en een motorfiets, die gezien de witte wolken die ontsnappen, staan te koken. Plotseling zijn we uit de mist en rijden we onder een strak blauwe hemel tussen de sneeuwwallen. We besluiten op een half verharde parkeerplaats te stoppen en wat foto’s van de omgeving te maken. Er wapperen een aantal vlaggen met de tekst: “Grossglockner”. Nu wordt ons het een en ander duidelijk. We zijn zonder het te beseffen de Howen Alpenstrasse opgereden, verboden voor vrachtwagens en caravans. Nog voorzichtiger dan omhoog rijden we naar beneden in een lage versnelling om te voorkomen dat het remsysteem oververhit, of nog erger door de rem heen trap. Nadat we nog maar net de Howen Alpenstrasse hebben verlaten voelt de Hummer wat zwabberig in de bochten en valt mijn ook op de luchtdrukmeter die de druk in het bandenpompsysteem aangeeft. Deze staat op 0,5 bar. Prima voor in de bagger, maar niet voor op de weg. Snel zet ik de compressor aan en stoppen we op de eerste gelegenheid. Bij het uitstappen hoor ik al een luid gesis. Door de hitte van het remsysteem is de luchtslang naar de achterwielen gesmolten. Met behulp van mijn reparatiekit weet ik het lek met een stuk slang en een paar slangenklemmen re repareren en kunnen we na vijf minuten weer verder. De compressor pruttelt onder het rijden nog zo’n tien minuten door en brengt de druk op de gewenste 3 bar.

TIP:

  • Howen Alpenstrasse, een must voor elke motorrijder
  • Weet waar het maximum koppel zit van jou motor en maak er gebruik van met zware belading en voorkom zo een kokende motor
  • Bij het afdalen, rem met de motor en voorkom zo verglazing van je remblokken of het ontstaan van dampbellen in je remsysteem door het koken van je remvloeistof, waardoor je helemaal geen remwerking meer hebt.
  • Vapour lock (motoren met carburator): dampbellen in benzine leidingen ontstaan door hitte en of hoogte, waardoor de motor vooral na een stop niet meer wil starten. Oplossing, motor af laten koelen en of dalen.
  • E 10. Controleer of het brandstofsysteem van je motor bestand is tegen E10 benzine (vvoral Duitsland en Frankrijk).

Column: Verjaardag

spiegel

Je kent dat wel zo’n typische verjaardag. Kopje koffie, gebakje handjes schudden, het niet te vermijden “Er is er een jaaaaruuug…..”, Tante Toos die veel te vroeg aan de bowl is begonnen en al een beetje tipsy is wil je nog een keer zoenen omdat je laatst haar kat uit de boom hebt gehaald. De dikke moedervlek op haar wang waar een aantal zwarte snorharen uit groeien, waar haar kat jaloers op zou worden doet je naar de tuin vluchten. Op het gazon hebben zich een aantal groepjes gevormd die driftig staan te discussiëren. Je sluit je aan bij het groepje waar een aantal bekende motor gezichten tussen zitten. Nadat de economie, die vervelende collega en nog wat onzinnige onderwerpen de revue gepasseerd zijn komt het onderwerp op motoren.

Wordt het toch nog gezellig. Onder het groepje ook Anja en Henk. Zij zo’n dame met een prettige hoeveelheid haar op de tanden. Bang voor spinnen, maar de agressieve hond die haar belaagd vreet ze met huid en haar op, rijd met het winkelwagentje constant achter op je hakken, maar manoeuvreert moeiteloos achteruit met de caravan. Hij trekt ’s morgens heel vroeg de grijze haren uit zijn kruin en staat krampachtig zijn adem in te houden om zijn buik niet te ver over de rand van zijn broek te laten hangen. Zo ook hun motoren, zij een BMW F800 GS en hij natuurlijk de grotere R1200 GS. Op het moment dat hij verteld hoe snel je wel niet een rotonde kan nemen met zo’n 1200 ten opzichte van haar 800, zie ik een gemeen glimlachje om haar mond verschijnen. Ze laat hem nog even door pochen en op het juiste moment zegt zij “Ik heb ook nog een mooi verhaal over zijn snelheid”. Half onder de sta tafel door zie ik hem nog een paar krampachtige uithalen naar haar schenen maken, om het noodlot af te wenden. Maar zij ruikt de overwinning. En begint haar verhaal: “Ik probeer onze jongste zo goed mogelijk op te voeden en te voorkomen dat het zo’n kind wordt die aan zijn mobieltje of ander beeldscherm zit vastgegroeid en hij moet natuurlijk zo vroeg mogelijk met het motorvirus te besmetten.

Ik neem hem dus graag op zijn vrije woensdagmiddag mee achter op de motor, onderweg pakken we dan samen ergens een terrasje, echt leuk. Nu kwam ik van de week door het bos naar het dorp rijden toen ik plotseling ingehaald werd door een motoragent. Het bordje “Politie volgen” knipperde zijn dodendans en de schrik sloeg mij om het hart. Toen de agent naar mij toe kwam gelopen knikte mijn knieën zo erg, dat ik dacht dat we om zouden vallen. De helm klapte open en ik hoorde hem zeggen: “Goede middag mevrouw weet u hoe hard u reed?”. Ik wist het niet, ik was heerlijk aan het toeren en had niet opgelet. “83 kilometer per uur mevrouw en u bent het bord Bebouwde kom al gepasseerd. Ik ga u geen bekeuring geven, want ik begrijp het wel dat hier in het bos er eigenlijk geen gevaarzetting is. Maar ik wil u wel waarschuwen, want als hier een collega staat met een lasergun u minstens 300 Euro lichter bent. ‘s Avonds vertel ik met nog steeds een beetje slappe knieën het verhaal aan Henk en ik hoor hem nog proestend van het lachen zeggen: “Hoe kan dat nou, kijk je niet in je spiegels of zo”.

De zaterdag er op gaat hij met zijn motormaatjes even snel nog een rondje maken. Na een half uurtje krijg ik Henk aan de lijn met de vraag of ik hem kan komen ophalen, want zijn rijbewijs is ingevorderd. Eerst wilde ik hem met de auto ophalen, maar ik bedacht mij snel, ik wilde zijn gezicht zien als ik op mijn F 800 GS hem ging ophalen. Snel belde ik mijn vriendin of zij zin had om een stukje te toeren, maar dan niet op haar eigen Triumph, maar bij mij achterop. Nadat ik had uitgelegd wat er gebeurd was stond zij met een glimlach van oor tot oor binnen tien minuten bij ons voor de deur. De agenten zullen nooit begrijpen waarom wij dubbel van het lachen lagen toen ik tegen Henk zei: “Hoe kan dat nou, Heeeeenk, kijk je niet in je spiegels of zo”.

Moraal van dit verhaal: Maak plezier, houd je binnen het redelijke aan de snelheid en als je een keer over de schreef gaat draag je verlies met opgeheven hoofd, jij was het tenslotte die aan het gas draaide.

Clichés – Onderweg naar Rusland

Wegdek Rusland(1)

Een van de Clichés van het motorrijden is: “Ben je aan je tweede jeugd begonnen“. Waar dan gelijk een aantal plaatjes van schaars geklede dames voor, op of naast een motor bij geplaatst moet worden. Niet dat ik iets tegen vrouwelijk schoon heb, maar daar ben ik niet naar op zoek als ik een motor wil zien. Liever heb ik dan een tekst met de specificaties van betreffende motor.

En wat te denken van alle vrouwelijke motorrijdsters? Moet voor deze gelukkig steeds groeiende groep er dan ook niet een aantal met olijfolie ingesmeerde sixpack types rond de motor paraderen? Voordat iemand op dit idee zou komen, laten we al dat wellustige kijkende vlees maar helemaal weg. Volgens de Dikke van Dalen is een cliché een beeldspraak of gezegde dat al zo vaak is gebruikt, dat het zijn kracht heeft verloren. Gelukkig dan maar weer. Nog een paar clichés die wij als motorrijders wel kennen: “Oostblokkers zijn crimineel, Oostblokkers zijn vriendelijk” en zo zijn er nog wel een paar te verzinnen. Na mijn reis door Rusland, samen met mijn zoon kan ik zeggen, alle clichés zijn waar. Eén tip vooraf, als je door dit soort landen reist, geef je over aan alle indrukken en ervaar ze als een gedeelte van de lol van je reis. Zeker alle tegenslagen zijn naderhand de mooiste verhalen op een feestje.

Kevin en Willem op weg naar Rusland.

Kevin en Willem op weg naar Rusland.

Zo had ik op internet gezien dat de wachttijden bij de Russische grens wel 24 uur konden zijn of meer. Na goed zoeken vond ik een heel kleine grenspost waar wij als buitenlanders wel mochten passeren en waar de wachttijden hoogstens 3 uur zouden zijn. Deze grenspost was maar 60km omrijden, dus de extra kilometers meer dan waard. Zonder reclame te willen maken, via www.russiatravel.nl hebben wij al onze papieren laten regelen en alle hulp gekregen bij het invullen van de papieren. Maar toch stonden wij met lood in onze motorlaarzen bij de grens wat ons allemaal zou overkomen.

grensruslandfinland

De grens Finland-Rusland.

Het begon al goed. Nauwelijks waren we aangekomen en hadden ons ingeschreven op de wachtlijst of onze kentekens verschenen op een groot scherm. Ik was even naar het toilet gegaan om onze watervoorraad aan te vullen. Een barse stem las onze kentekens nog  een keer op. Kennelijk ging het niet snel genoeg. Wij reden naar het eerste volledig geblindeerde hokje waar we moesten wachten voor een slagboom. Er gebeurde niets. Na ongeveer 5 minuten ging de slagboom open en zijn we maar verder gereden naar de volgende slagboom. Hier kwam wel een jongeman in strak uniform met bekende veel te grote platte pet naar buiten. De pet vroeg met vriendelijke stem, in het Engels om onze papieren en begon deze controleren. De pet liep met ons mee en het ritueel herhaalde zich bij nog twee slagbomen, zonder dat ons duidelijk werd wat er gecontroleerd werd, of wat het verschil was tussen de controles. Hierna kwamen wij bij een slagboom met een grote overkapping. De pet kreeg hier gezelschap van een jonge geblondeerde vrouw, ik schat ze beide niet ouder dan 18 jaar. Samen begonnen pet en blondy ons te helpen alle formulieren in te vullen en onze bagage te controleren, ondertussen honderduit vragend over waar wij vandaan kwamen, wat het doel van de reis was en hoe het leven in Nederland was. Kennelijk kwamen er niet veel buitenlanders over deze grenspost. Nog even werd er een superieur bij gehaald om door onze bagage te snuffelen en vooral te controleren of alle apparatuur op de lijsten stonden. Wij hadden van Russiatravel al gehoord dat dit moest, dus hadden we een lijst gemaakt van alle apparatuur met de serienummers, zodat we deze snel over konden nemen. Ik had wat “Kralen en spiegeltjes” mee genomen en wilde wat aan de jongelui geven, maar ze wilde helemaal niets hebben, zelfs een sticker namen ze niet aan.

Toen we dachten dat we klaar waren, na zo’n 4 uur aan allerlei controles te zijn onderworpen en weg mochten rijden werden we teruggeroepen. O shit, wat zou er verkeerd zijn gegaan, het ging ook zo makkelijk. Pet en blondy kwamen naar ons toegelopen en vroegen met een grote smile op het gezicht, of wij bij het wegrijden extra veel gas wilde geven, want ze vonden het geluid van onze motoren zo mooi. Met een ferme brul en een jank lieten wij de grenspost in een stofwolk achter ons.

Stofwolk? Ja stofwolk. Nog geen 300 meter na de grens hield de weg op en stonden we voor een onverharde T-splitsing. Volgens de routeplanner moesten we rechtdoor, maar er was geen rechtdoor. Ook de kaart gaf geen uitkomst. Volgens het kompas op mijn horloge was links af het meest logische en op goed geluk gingen we die kant op. De weg was zo erbarmelijk slecht, dat de uitlaten van mijn zoon op zijn supersport regelmatig over de grond krasten. Met een gangetje van zo’n 30km/h hotste botste we zo verder. De gaten zaten zo kort op elkaar dat het onmogelijk was er om heen te rijden en we er dus voor kozen om maar gewoon rechtdoor te rijden.

Neem de route met het slechtste wegdek, hier rijden de meeste voertuigen, dus dit is de doorgaande route.

Het wegdek in Rusland

Ik voorop met mijn enduro, zodat mijn zoon kon zien hoe diep de gaten waren die met water gevuld waren. Plotseling, na zo’n 100km stonden we weer voor een T-spitsing. Linksaf gingen de gaten verder en Rechtsaf lag strak asfalt. De keuze was dus snel gemaakt, maar wel verkeerd bleek korte tijd later. Ook de routemiep wist nog steeds niet waar we waren, dus besloten we het dan maar te vragen. We hielden de eerst de beste auto aan die in de zelfde richting reed. De vrouw begreep na wat hand en voetgebaren wat wij wilden en wij wezen een grote plaats aan op de kaart en de richting waar wij heen wilde. Zij gebaarde dat wij haar moesten volgen. Ze keerde de auto en reed terug in de richting vanwaar wij kwamen. Zou ze ons mee nemen naar een rovershol en van avond na beroofd te zijn van al onze bezittingen ergens verdwijnen in een kookpot? Maar nee, na zo 40km voor ons doen met een noodvaart over het kraterlandschap te zijn gereden stopte ze bij een grotere geasfalteerde weg en gebaard ons in welke richting wij moesten rijden. Zouden wij hier in Nederland het zelfde gedaan hebben met een Russische toerist?

Nog steeds reden we niet op de route, maar ik zag in ieder geval weer een paars lijntje in mijn routemiep waar wij evenwijdig aan reden. Dit beeld zouden we nog vele malen te zien krijgen in Rusland. Tip: Neem de route met het slechtste wegdek, hier rijden de meeste voertuigen, dus dit is de doorgaande route. Onderweg stuiten we nog twee keer op een roadblock, waar slagboom en een soort militair met Kalasjnikov de weg verspert. Links op zijn lip hangt een sjekkie en zo te zien hangt dat daar altijd gezien het bruine spoor nicotine wat van af zijn lip langs zijn neus en door zijn haar een weg naar boven heeft gevonden. Geruime tijd snuffelt hij door onze papieren en nadat er wat Roebels van eigenaar wisselen zien wij een brede glimlach van rotte tanden verschijnen, gaat de slagboom omhoog en kunnen wij onze weg vervolgen.

Na een lange dag door elkaar gehusseld te zijn zetten we ons tentje op ergens in het bos en hadden een heerlijk rustige nacht ver weg van alle beschaving en konden de volgende dag fris weer verder. Naar later bleek misschien geen verkeerde keuze om in het wild te bivakkeren. We kwamen een vijftal Duitse motorrijders tegen die op de terugweg waren, nadat ze in een hotel met bewaakte motorstalling, ’s nachts bestolen waren van alles wat ze op en aan de motoren hadden achter gelaten. Toen ze ook nog twee velgen hadden stuk gereden op het Russische wegennet was de lol er af en gingen terug. Na een aantal dagen heerlijk te hebben rondgetoerd hotse botst, kwamen we weer bij een grenspost, nu om het land te verlaten. Wat een deceptie. Ook hier weer iedereen strak in het uniform, maar verder in niets te vergelijken met de leuke ervaring bij de eerste keer. Niemand spreekt er Engels of Duits en de norse gezichten wijzen ons van het kastje naar de muur. Bij een loket met een lange wachtrij worden we afgeblaft door een oude snor met een rok aan, grote plukken haar op haar benen vormen een soort fantasie panty. Nadat ze het zelfde nog een paar keer blaft, leg ik alle papieren in een waaier voor haar neer en gebaar dat ze maar moet pakken wat ze nodig heeft. De panty schuift alle papieren aan de kant en begint de man achter ons te helpen. Ik probeer in de wachtrij iemand te vinden die Duits of Engels spreekt en duidelijk kan maken wat er van ons verlangd word. Niemand kan ons helpen. Plotseling verdwijnt de panty achter het loket vandaan. Een jonge vrouw die in een hoekje van het zelfde kantoor aan het werk was komt een deur uitgelopen Het lijkt wel of ze zich schaamt voor haar oudere collega en neemt ons mee naar een ander kantoor. Vraagt in gebrekkig, maar goed verstaanbaar Engels om onze paspoorten. Ze kijkt naar onze namen en haalt uit een grote stapel papieren en overhandigd de papieren met onze namen er op. Dan neemt ze ons bij de arm het kantoor uit, naar onze motoren en zegt haar te volgen. Buiten alle andere wachtende om worden we naar de laatste slagboom geleid en we kunnen vertrekken. Door haar hulp zijn we deze grens nog sneller gepasseerd dan de eerste en kunnen we onze reis vervolgen.

Ik ben benieuwd hoe zij de snor gaat uitleggen waar wij gebleven zijn.